De Nederlander | het tientje

De Nederlander volgt de cyclus van de tijd. 3600 seconden in een uur, 24 uur in een dag en 365 dagen in een jaar. Met om de vier jaar een dag extra. Het zou logischerwijs inhouden dat de Nederlander het aantal levensjaren door vier deelt en die dagen bij de geleefde tijd zou optellen. Dit wordt echter niet gedaan. Een verklaring kan zijn dat het aantal dagen in het niet valt bij het aantal dagen dat de gemiddelde Nederlander leeft. De leeftijd wordt dan ook uitgedrukt in geleefde jaren. Dus per 365,25 dagen.

Ieder jaar wordt vanaf de geboorte viert de Nederlander de geboortedag. Er kan weer een jaar bij de geleefde tijd opgeteld worden. Deze tijd is voor de Nederlander belangrijk. Het bepaald namelijk wanneer men iets mag. Een bewijs halen dat men de vaardigheid van het besturen van een gemotoriseerd voertuig bezit mag vanaf 18 geleefde jaren in geval van de auto. Stoppen met verrichten van wederdiensten voor het verkrijgen van ruiltegoeden mag vanaf 65 geleefde jaren. De laatstgenoemde leeftijd wordt steeds verhoogd omdat de Nederlander gemiddeld langer is en zal gaan leven.

De genoemde ruiltegoeden worden aan elkaar overgedragen in de vorm van briefjes papier en metalen schijfjes. De waarde wordt uitgedrukt met getallen die erop afgedrukt zijn of in het geval van de metalen schijfjes er ingeslagen. Dit wordt geld genoemd. Het geld worden op steeds grotere schaal digitaal uitgewisseld. Veelal met een plastic kaart waarop data is opgeslagen en via leesapparatuur over te dragen is. Een nummer op de kaart refereert naar het nummer waaronder het geld wordt bewaard bij bedrijven die dit bewaren. Deze bedrijven gebruiken het geld om meer geld te verkrijgen door het bijvoorbeeld uit te lenen en hiervoor rente te ontvangen. Het gebruik van de kaart is echter beveiligd met een persoonlijk viercijferig nummer. Dit nummer wordt strikt geheim gehouden om te voorkomen dat het ruiltegoed afgepakt kan worden.

Bij het vieren van de geboortedag gebruikt de Nederlander de ruiltegoeden. Degene die deze dag viert ruilt een deel van zijn of haar tegoed in voor voedsel en drank voor degenen die de geboortedag komen vieren middels een samenzijn. Dit kunnen verschillende combinaties van mensen zijn, maar veelal bestaat deze uit een groep van direct gedeelde bloedverwantschap en personen waarmee men het als prettig ervaart om mee samen te zijn en te communiceren.

Voor de Nederlander die een geboortedag komt vieren is het gebruikelijk dat men een extra bezitting geeft als beloning voor het geleefde jaar. Bij voorkeur wordt getracht om een bezitting te geven waarmee de ontvanger verrast wordt omdat hij of zij deze leuk vindt of goed kan gebruiken om de functionaliteit. Om dit effect te bereiken moet men tijd investeren om te achterhalen of de ontvanger deze bezitting nog niet heeft of dat hij of zij het wel leuk zal vinden, of goed kan gebruiken. De moeilijkheid hierbij is dat de Nederlander of het algemeen reeds van veel beziggingen is voorzien. Gekregen of, wat grotendeels het geval is, zelf al aangeschaft met eigen ruiltegoed.

Het leven van de Nederlander vindt plaats in een cyclus van tijd leeft die strikt nageleefd wordt. De dagelijkse tijd, de tijd die men wakker doorbrengt tussen twee nachtrusten in, heeft men hard nodig heeft om de vele dagelijkse bezigheden uit te voeren. Hierdoor is er niet veel, of in ieder geval niet voldoende, tijd beschikbaar om het onderzoek en de zoektocht naar de te geven bezitting gedegen uit te voeren. Daarom wordt er vaak ruiltegoed in de vorm van ‘een tientje in een witte envelop’. Al dan niet in een stuk karton met een opdruk die toepasselijk is voor de levensgebeurtenis toegevoegd met de naam van de gever erop geschreven. Veelal ook voorzien van een geschreven persoonlijke boodschap zoals felicitatie voor het geleefde jaar en aanmoediging voor de toekomst om er nog veel jaren bij te leven. Hierbij moet opgemerkt worden dat het te leven jaren toewensen slechts eenmalig zou hoeven te geschieden. Men wenst iemand immers ‘vele’ jaren toe zonder afbakening van de periode, maar bij voorkeur zo veel als mogelijk. Het aantal dat gegund is. Dit houdt in dat anderen invloed kunnen hebben om het aantal te leven jaren. Maar dat terzijde. De aanmoediging wordt echter toch jaarlijks herhaald. Zou de Nederlander bang zijn dat de ontvanger vergeten is dat men hem of haar al veel te leven jaren heeft toegewenst? Of wil men de ontvanger helpen om niet te vergeten dat dit hem of haar is toegewenst?

Is de Nederlander nu eigenlijk blij met ‘het tientje in de witte envelop’? Praktisch is het wel. Het tegoed dat besteed is om voedsel en drank te kunnen geven aan de genodigden wordt hiermee weer aangevuld. Het eigen tegoedsaldo blijft daarmee op peil en neemt wellicht nog iets toe. Daarnaast kan het een aanvulling zijn voor een grotere, duurdere, bezitting waarvoor men tegoed aan het verzamelen is. De Nederlander wil zijn ruiltegoed nuttig besteden en wil het geven van een niet gewenste bezitting vermijden. Om te voorkomen dat de ontvanger opgescheept wordt met een bezitting die hij of zij niet wil en genoodzaakt wordt om zich er van te ontdoen. Dit kan op korte termijn het geval zijn maar ook pas op langere termijn. Als de bezitting eerst nog opgeslagen wordt, uit fatsoen om de gever niet tegen de borst te stoten of met de gedachte dat het ooit misschien nog wel nuttig kan zijn. Een bezitting waarvan de ontvanger zich weer van wil ontdoen wordt dus als zonde van het bestede ruiltegoed gezien.

Door het gevoel van geruststelling dat de ontvanger zelf kan bepalen welke bezitting hij of zij graag wil of nodig heeft en het cadeau daarmee nuttig is, wordt het ‘tientje in een witte envelop’ door de gever en de ontvanger geapprecieerd. Het tientje is praktisch. De Nederlander is graag praktisch.

 

Welke bezittingen heeft de Nederlander en welke is de dierbaarste? Is het noodzaak of speelt genot een rol? Zijn bezittingen een genot of juist een last?